hulp bij onterechte beschuldiging

Hoe kan een vrouw die onterecht is beschuldigd van bijstandsfraude in haar basisvoorzieningen worden voorzien en participeren?

Situatieschets

Een sociaal raadsvrouw zet zich in voor een vrouw van begin 60 uit Latijns-Amerika die de Nederlandse taal maar beperkt spreekt en verstaat. Door problemen met haar uitkeringsinstantie en de psychische belasting daarvan, verwijst haar huisarts haar naar maatschappelijk werk. Er blijkt ook verslavingsproblematiek en een traumatisch verleden te zijn. De uitkering van de vrouw is stopgezet op verdenking van uitkeringsfraude. Iemand in haar omgeving heeft de gemeente gebeld en gezegd dat de vrouw inkomsten uit het buitenland achterhoudt. Dit heeft ze niet gedaan, maar er zijn papieren die de fraude bevestigen. De vrouw heeft die ondertekend terwijl ze onder invloed was van drugs. Op basis hiervan is haar uitkering stopgezet en dreigt een terugvordering van twee ton. Door de stress stopt ze met haar vrijwilligerswerk.

Rol van de professional

Een maatschappelijk werker bijt zich vast in het dossier. Samen met een advocaat ondersteunt ze de vrouw. Omdat het niet lukt om de kwestie in goed overleg op te lossen, gaan ze in hoger beroep tegen het besluit van de gemeente.

Maatwerk

Tot de tijd dat er een uitspraak is ontvangt de vrouw geen uitkering en dreigt nog steeds de claim van twee ton. Het lukt de maatschappelijk werker om de vrouw tijdens de procedure in haar basisvoorzieningen te laten voorzien met een sociaal vangnet en een fonds. Het vrijwilligerswerk wat de vrouw doet, werkt therapeutisch en heeft ze daarom uitgebreid naar vier dagen per week. Pas na anderhalf jaar heeft de gemeente de vrouw in het gelijk gesteld en kan ze weer een uitkering ontvangen.